Een Poolse loodgieter, of géén loodgieter West-Europa kampt

Al wat niet met Polen te maken heeft mag hier geplaatst worden
bertvaneck
Berichten: 16607
Lid geworden op: vr aug 19, 2011 8:54 am

Een Poolse loodgieter, of géén loodgieter West-Europa kampt

Bericht door bertvaneck » za jul 21, 2018 8:10 am

Een Poolse loodgieter, of géén loodgieter
West-Europa kampt met een tekort aan personeel in vele bedrijfstakken. Arbeidsmigranten inhuren kan uitkomst bieden, maar leidt tot braindrain en ontvolking in andere EU-lidstaten. En wat als de mensen opraken, hier óf in het land van herkomst? Deel I van een veldonderzoek.

Pauzeren van Poolse plukkers bij een fruitbedrijf in de buurt van Haarlem.
Pauzeren van Poolse plukkers bij een fruitbedrijf in de buurt van Haarlem.Foto: HH/William Hoogteyling
Wat hebben wíj er eigenlijk aan? Die vraag wierpen buurtbewoners onlangs op bij een item van actualiteitenrubriek Nieuwsuur over de komst van arbeidsmigranten voor de aardbeienpluk naar de Bommelerwaard. De aardbeienteler kan niet aan werknemers komen, dus haalt hij ze uit Polen. De lokale bevolking vreest de gevolgen voor de plaatselijke huizenmarkt, en dat de voertaal in hun dorp straks Pools is.


Voor de serie ‘De nieuwe volksverhuizing’ reisde Europa-correspondent Han Dirk Hekking door Hongarije, Italië, Spanje en Bulgarije.

Deel 1: zaterdag 21 juli Kick-off-verhaal

Deel 2: zaterdag 28 juli Hongarije

Deel 3: zaterdag 4 augustus Italië

Deel 4: zaterdag 11 augustus Spanje

Deel 5: zaterdag 18 augustus Bulgarije

De frictie in dit voorbeeld is duidelijk, maar het voordeel van arbeidsmigratie voor het Nederlandse bedrijfsleven en de economie is dat ook. Buitenlandse arbeidsmigranten bouwen onze kantoren. Ze oogsten en verwerken onze groenten. Ze schrijven onze software, beheren onze websites. Ze bouwen onze schepen. Ze bereiden en serveren ons voedsel.

Bij de toetreding van Polen tot de EU in 2004 maakten Franse tegenstanders van arbeidsmigratie uit Oost-Europa mensen bang met de Poolse loodgieter, die overal zou opduiken en banen zou afpakken. Anno 2018 is die Poolse loodgieter een multitalent, en hij komt uit heel Europa.

Nederland telt nu zo'n 400.000 arbeidsmigranten uit de Europese Unie. Dat aantal zal verder groeien, want één op de vijf Nederlandse bedrijven zegt dat een tekort aan personeel de activiteiten belemmert (conjunctuurenquête 'Coen', mei 2018).

Het is dus werven geblazen. Ook over de grens.

Migratie als splijtzwam
Dat is spannend, want migratie is een splijtzwam in de samenleving. Dat komt omdat de focus bij het thema ligt op vluchtelingen en migranten uit Afrika en Azië die de EU proberen te bereiken. Het aantal mensen dat de oversteek over de Middellandse Zee succesvol afrondt, mag sinds 2015 fors zijn gedaald, EU-burgers zijn nog steeds bang overspoeld te raken.

Over die andere volksverhuizing, die van miljoenen Oost- en Zuid-Europeanen die buiten hun land zijn gaan werken, gaat het eigenlijk alleen incidenteel. Maar het debat hierover blijkt ook politieke gevolgen te hebben. Zo kleurde de gevreesde 'Poolse loodgieter' - daar is hij weer - in 2005 in Frankrijk het referendum over de Europese grondwet. De Fransen wezen die grondwet af. En sommige analisten claimen dat in 2016 de vrijheid van personenverkeer in de EU het referendum over de brexit in het Verenigd Koninkrijk sterk beïnvloedde.

Steun neemt juist toe
Maar nu signaleert onderzoeker Zsolt Darvas van de Brusselse denktank Bruegel een fascinerend fenomeen. 'Sommige politici ageren tegen arbeidsmigratie, maar uit onderzoek blijkt dat de steun ervoor toeneemt. Vroeger was er meer angst. Nu merken mensen dat ze hun baan niet verliezen door arbeidsmigranten van elders.'


Dat personeelstekorten de keuze voor arbeidsmigratie soms eenvoudig maken - of een Poolse loodgieter of géén loodgieter - is evident, ook al blijft de politiek zich hier roeren. CDA-voorman Sybrand Buma verklaarde in januari dat werkgevers die Spaanse koks of Poolse bouwvakkers proberen aan te nemen 'een verkeerde keuze maken. Het is de weg van de minste weerstand.' De keuze voor buitenlands personeel kan echter onontkoombaar zijn.

Buitenlanders in de zorg?
De migratiecritici in de Bommelerwaard kunnen hun borst dus natmaken. De vraag die zich daarbij opdringt is of de inzet van buitenlands personeel beperkt blijft tot bijvoorbeeld de agrarische sector, de bouw en de verwerkende industrie.

Neem nu de ouderenzorg. Die sector kende in Duitsland vorig jaar een tekort van ruim 20.000 mensen. Dat aantal zal door de vergrijzing in het land alleen maar stijgen. De Bpa, een koepel van private bedrijven die onder meer in de thuiszorg actief is, waarschuwde onlangs dat digitalisering en inzet van robots niet het tekort aan vakpersoneel in Duitsland gaat oplossen. Het inhuren van buitenlands personeel is onvermijdelijk, aldus de Bpa. Ze gaat daarvoor zelf met wervende filmpjes digitaal de boer op.


Personeel uit Kosovo
Ook de regering kijkt rond. Jens Spahn, de Duitse minister van volksgezondheid, zei eind juni dat hij in Kosovo en Albanië zorgpersoneel wil werven. Hij wil de procedures voor een visum - het duurt nu gemiddeld tien maanden voor vaklui uit die twee landen toestemming krijgen om in Duitsland te werken - fiks bekorten.

Zover is het in Nederland, waar de taal en cultuur behoorlijke barrières kunnen zijn voor buitenlands personeel, nog niet. De beroepsvereniging V&VN becijferde eind vorig jaar op basis van een enquête echter dat er tot 2025 125.000 extra verpleegkundigen en verzorgenden nodig zijn.

Buma noemde het werven van Spaanse koks ‘de weg van de minste weerstand’
Het werven van zorgpersoneel in het buitenland zou voor V&VN 'een noodverband' zijn, zegt woordvoerder Margriet Bakker. De organisatie vindt dat zorgwerkgevers er alles aan moeten doen om voldoende mensen op te leiden. Het schrappen van de numerus fixus voor de HBO-opleiding verpleegkunde helpt alvast, maar er zijn ook voldoende stageplekken nodig, stelt Bakker.

Richt je op de grensregio's
Leo Lucassen, directeur onderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, werpt evenwel de vraag op of 'Nederland niet moet gaan nadenken over wat we doen als de migranten die we nu aantrekken niet meer komen. In Polen stijgen de lonen. Op een gegeven moment, als het verschil te klein is, vinden mensen het niet meer de moeite waard om te komen.' Hij wijst daarbij ook op de gevolgen van vergrijzing in landen in Midden- en Oost-Europa. 'Polen en Hongarije zien hun bevolkingscijfers echt omlaag kachelen.'

Stel dat het arbeidspotentieel in de Europese Unie opdroogt, dan zul je je moeten richten op de grensregio's van Europa, zegt Lucassen: Oost-Europa dat niet bij de EU hoort, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. 'Hoe je dat organiseert, moet je dan bekijken. Misschien moet je in landen als Oekraïne proactief een opleidingsinstituut openen waar je in één jaar mensen klaarstoomt voor de Nederlandse zorg, inclusief taal.'

Maar het is moeilijk om in de toekomst te kijken, zegt hij. 'Het systeem dat we nu in Europa kennen, werkt redelijk goed. Maar veranderingen op de arbeidsmarkt voltrekken zich heel snel.'

Wat schiet Polen ermee op?
Een vraag ligt nog open: wat schieten Polen of andere EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa er eigenlijk mee op, met de export van arbeidskrachten? Die vraag is minder makkelijk te beantwoorden dan het lijkt. Want de Poolse aardbeienplukker stuurt mogelijk wel geld naar huis, of gebruikt Nederlandse euro's voor het bouwen van een huis, maar de Poolse economie komt met dat gepluk niet bijster veel verder.

‘Nederland moet gaan nadenken over wat te doen als de migranten niet meer komen’• Leo Lucassen, directeur onderzoek bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam
Dat staat althans in een rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) uit juli 2016. Het IMF stelt hierin dat grootschalige emigratie de economische groei van landen in Midden- en Oost-Europa kan hebben gedrukt en de productiviteit negatief beïnvloed. De reden: een afnemend aantal werknemers.

Het aanbod aan personeel had zonder emigratie tussen de 10% en 20% hoger kunnen zijn, aldus het IMF. Daarbij heeft het vertrek van werknemers geleid tot hogere lonen. Dat lijkt gunstig voor de landen in kwestie, maar ondergraaft hun concurrentiekracht.

Het geld dat arbeidsmigranten naar huis sturen, heeft volgens de IMF-studie wel een positief effect. Maar als migranten permanent in het land blijven waar ze zijn gaan werken, neemt dat effect af: ze gaan minder geld sturen. Verder kan de geldstroom leiden tot grotere ongelijkheid thuis.

Onderwijs laat te wensen over
Zsolt Darvas van Bruegel wijst op een ander risico. De salarissen in de publieke sector, met name het onderwijs, liggen in Midden- en Oost-Europa nog altijd laag. Dat is een serieus probleem voor de toekomst, aldus Darvas.

Immers, als die landen willen doorgroeien naar het welvaartsniveau van westelijke EU-lidstaten, kunnen ze een tijdje het model gebruiken waarin ze, geholpen door hun lage lonen, buitenlands kapitaal aantrekken voor fabrieken die auto’s en andere producten maken. Dat verschaft hun economie ook wel moderne technologie, aldus Darvas. Maar het loonvoordeel 'vervaagt op den duur. En als lonen van fabrieksarbeiders dichter bij het Nederlandse niveau komen, dan gaan bedrijven naar Oekraïne of een soortgelijk land waar de salarissen lager liggen.'


En dan komt de volgende vraag op tafel: kunnen de landen in kwestie doorgroeien, is hun economie in staat zich verder te ontwikkelen? Daarvoor is van belang dat ze veel sterker menselijk kapitaal ontwikkelen, zegt Darvas. 'Als het universitair niveau zwak is, is het vooruitzicht daarop ook zwak.'

Met andere woorden: als de loonkloof is gedicht, lopen Midden- en Oost-Europa het risico dat de economische ontwikkeling stagneert.

Wie profiteert?
Volgens Darvas is personeelstekort in de regio een 'steeds ernstiger probleem. Schoonmaaksters, dokters, fabrieksarbeiders, verpleegkundigen, ingenieurs: iedereen gaat weg.'

West-Europa profiteert. 'De Oost-Europeanen die daar gaan werken, hebben doorgaans goede kwalificaties. Je hoeft ze niet uitgebreid te trainen; alle investeringen in hun opleiding zijn gedaan in Midden- en Oost-Europa. Maar de economische winst daarvan gaat naar Noordwest-Europa.'

De winst van arbeidsmigratie blijkt dus ongelijk verdeeld. Sommige landen in Midden- en Oost-Europa proberen mensen terug te halen, aldus Darvas. 'Maar dat gebeurt alleen op kleine schaal. Het is relatief gemakkelijk om hoogleraren terug te halen, met regelingen dat ze hetzelfde loon krijgen gedurende vijf jaar, dezelfde laboratoria en instrumenten. Maar de overheid heeft een loodgieter weinig te bieden. Misschien kunnen ze lagere belastingen aanbieden, niet zozeer hogere salarissen. Want er is nu al sprake van een forse loongolf in Midden- en Oost-Europa, door dat tekort aan werknemers.'

Loonkloof nu nog groot genoeg
De loonkloof is nu nog groot genoeg om het werken in het buitenland aantrekkelijk te houden. Darvas: 'Als het loonverschil één op vier is, dan wil niemand naar huis. Maar als het één tegen anderhalf is, is het anders. Dan kunnen mensen gaan denken: ik krijg wat minder thuis, maar mijn vrienden en familie zijn daar.'

Maar het zal volgens hem nog 'tientallen jaren duren om het gat tussen Noordwest-Europa en Midden- en Oost-Europa te dichten. Er is wat terugkeermigratie, maar niet veel.'

Persoonlijk kent hij wel voorbeelden. 'Er waren Hongaarse bouwvakkers die hier in België bezig waren met renovatiewerk. Sommigen daarvan zijn teruggekeerd omdat ze goed konden verdienen in Hongarije; de tarieven liggen inmiddels op twee derde van de prijzen hier. Dus zeiden ze: laten we naar huis gaan.'

Dat is ook convergentie. Alleen niet op de manier die de EU-beleidsmakers hadden voorzien.

Dit is het eerste deel van de FD-zomerserie De Nieuwe Volksverhuizing. Volgende week: Over Hongarije hangt een grijze deken

Plaats reactie